Door Femke Alberts
De huur duurt voort… of toch niet? Over het voortzetten van een huurovereenkomst na overlijden
Stel, u woont al jaren samen met uw ouder of partner in een huurwoning. Wanneer deze persoon overlijdt, gaat u ervan uit dat u in de woning kunt blijven wonen. U woont er namelijk al jaren en bent bereid de huur te blijven betalen. Toch betekent dit niet automatisch dat u de huurovereenkomst mag voortzetten. Of u in de woning kunt blijven, hangt af van uw juridische positie en de wettelijke voorwaarden. Bovendien geldt een strike termijn van zes maanden.
Wie mag de huurovereenkomst voortzetten?
Na het overlijden van een huurder kunnen wettelijke medehuurders en contractuele medehuurders de huurovereenkomst in beginsel voortzetten. Zij hebben namelijk zelfstandige huurrechten. Op grond van artikel 7:266 Burgerlijk Wetboek (BW) worden echtgenoten en geregistreerde partners dus automatisch (wettelijk) medehuurder, zolang zij hun hoofdverblijf in de huurwoning hebben. Ook als zij niet op het contract staan. Hetzelfde geldt voor wie later met toestemming van de verhuurder of via de rechter medehuurder is geworden (contractueel).
Voor andere samenwoners, zoals een ongehuwde partner of inwonend volwassen kind, ligt dat anders. Zij worden niet automatisch medehuurder, ook niet na jarenlang samenwonen.
Wanneer kan een samenwoner de huur voortzetten?
Artikel 7:268 biedt samenwoners onder bepaalde voorwaarden de mogelijkheid om de huurovereenkomst na het overlijden van de huurder in ieder geval gedurende zes maanden voort te zetten. Daarvoor moet de samenwoner:
- Zijn hoofdverblijf in de huurwoning hebben;
- een duurzame gemeenschappelijke huishouding hebben gevoerd met de overleden huurder;
- Voldoende financiële waarborg bieden voor het betalen van de huur (zoals een vast inkomen);
- Beschikken over een huisvestingsvergunning[1], indien deze vereist is.
Wil de samenwoner ook na deze periode van zes maanden in de huurwoning blijven wonen? Dan moet hij dat binnen die zes maanden regelen. Meestal vraagt de samenwoner eerst aan de verhuurder of hij de huurovereenkomst mag voortzetten. Stemt de verhuurder daar niet mee in? Dan moet de samenwoner binnen zes maanden na het overlijden een vordering tot voortzetting van de huurovereenkomst bij de kantonrechter instellen. Is de vordering op tijd ingesteld? Dan mag de huurder in de woning blijven totdat de rechter een beslissing heeft genomen.
[1] Sommige gemeenten stellen een dergelijke vergunning verplicht voor bepaalde woningen, vaak sociale huurwoningen. Of dat voor de woning geldt, kunt u navragen bij uw gemeente.
Wanneer is sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding?
Een belangrijke voorwaarde voor het voortzetten van de huurovereenkomst is dat de samenwoner met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde. Het enkele feit dat personen jarenlang in dezelfde woning hebben gewoond, is daarvoor niet voldoende.
Bij de beoordeling kijkt de rechter naar de manier waarop de betrokkenen samenleefden. Betaalden zij gezamenlijk de huishoudelijke kosten? Verdeelden zij de huishoudelijke taken? Aten zij regelmatig samen en zorgden zij voor elkaar? Ook is van belang of zij van plan waren hun gezamenlijke huishouden in de toekomst voort te zetten. De rechter weegt al deze omstandigheden samen. Dat volgt onder meer uit HR 22 januari 1993 (NJ 1993/549).
Een duurzame gemeenschappelijke huishouding hoeft niet altijd te bestaan uit een liefdesrelatie. Ook familieleden of vrienden kunnen een dergelijke huishouding voeren. Bij volwassen kinderen die bij hun ouders wonen, ligt dat echter anders. Volgens vaste rechtspraak wordt de samenwoning tussen ouders en kinderen in beginsel als tijdelijk beschouwd, omdat kinderen doorgaans op enig moment zelfstandig gaan wonen. Alleen wanneer bijzondere omstandigheden erop wijzen dat de samenwoning een blijvend karakter heeft gekregen, kan sprake zijn van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Wanneer kan een volwassen kind de huurovereenkomst voortzetten?
Hoe verschillend de uitkomst kan zijn, blijkt uit twee recente uitspraken.
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 18 februari 2026 kreeg een volwassen zoon toestemming om de huurovereenkomst van zijn overleden moeder voort te zetten. Hij woonde al zijn hele leven bij haar en zij voerden daadwerkelijk samen het huishouden. Zo deden zij samen boodschappen, kookten en aten zij gezamenlijk, verdeelden zij de huishoudelijke taken en droeg de zoon bij aan de kosten. Ook had hij nooit de bedoeling gehad om zelfstandig te gaan wonen. Volgens de rechter wezen deze omstandigheden erop dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Dat jarenlang samenwonen niet altijd voldoende is, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 30 september 2026. In deze zaak wilde een 39-jarige dochter na het overlijden van haar moeder in de huurwoning blijven wonen. Hoewel zij daar al ongeveer dertig jaar woonde, wees de rechter haar verzoek af. De dochter had onvoldoende aangetoond dat zij structureel bijdroeg aan de huishoudelijke kosten. Bovendien had zij veelvuldig op andere huurwoningen gereageerd. Daaruit bleek volgens de rechter dat zij juist van plan was zelfstandig te gaan wonen. Ook beschikte zij niet over de vereiste huisvestingsvergunning.
Deze uitspraken laten zien dat jarenlang samenwonen op zichzelf niet voldoende is om een huurovereenkomst voort te zetten. De rechter kijkt naar alle omstandigheden: hoe was het gezamenlijke huishouden ingericht en was het de bedoeling om ook in de toekomst samen te blijven wonen? Het is daarom belangrijk dat de achterblijvende bewoner dit met concrete feiten kan onderbouwen.
Wanneer is sprake van een duurzame gemeenschappelijke huishouding?
De belangrijkste voorwaarde voor het voortzetten van de huurovereenkomst is dat de samenwoner met de overleden huurder een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerde. Het enkele feit dat personen jarenlang in dezelfde woning hebben gewoond, is daarvoor niet voldoende. De rechter kijkt naar hoe u samenleefde: deelde u de kosten en de huishoudelijke taken, at u samen, zorgde u voor elkaar en was het de bedoeling om samen te blijven wonen? Al die deze omstandigheden worden samen gewogen (HR 22 januari 1993, NJ 1993/549).
Een duurzame gemeenschappelijke huishouding hoeft niet altijd te bestaan uit een liefdesrelatie. Ook familieleden of vrienden kunnen een dergelijke huishouding voeren. Bij volwassen kinderen die bij hun ouders wonen, ligt dat echter anders. Volgens vaste rechtspraak wordt de samenwoning tussen ouders en kinderen in beginsel als tijdelijk beschouwd, omdat kinderen doorgaans op enig moment zelfstandig gaan wonen. Alleen wanneer bijzondere omstandigheden erop wijzen dat de samenwoning een blijvend karakter heeft gekregen, kan sprake zijn van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Wanneer kan een volwassen kind de huurovereenkomst voortzetten?
Hoe verschillend de uitkomst kan zijn, blijkt uit twee recente uitspraken.
In een uitspraak van de Rechtbank Gelderland van 18 februari 2026 kreeg een volwassen zoon toestemming om de huurovereenkomst van zijn overleden moeder voort te zetten. Hij woonde al zijn hele leven bij haar en zij voerden daadwerkelijk samen het huishouden. Zo deden zij samen boodschappen, kookten en aten zij gezamenlijk, verdeelden zij de huishoudelijke taken en droeg de zoon bij aan de kosten. Ook had hij nooit de bedoeling gehad om zelfstandig te gaan wonen. Volgens de rechter wezen deze omstandigheden erop dat sprake was van een duurzame gemeenschappelijke huishouding.
Dat jarenlang samenwonen niet altijd voldoende is, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland van 30 september 2026. In deze zaak wilde een 39-jarige dochter na het overlijden van haar moeder in de huurwoning blijven wonen. Hoewel zij daar al ongeveer dertig jaar woonde, wees de rechter haar verzoek af. De dochter had onvoldoende aangetoond dat zij structureel bijdroeg aan de huishoudelijke kosten. Bovendien had zij veelvuldig op andere huurwoningen gereageerd. Daaruit bleek volgens de rechter dat zij juist van plan was zelfstandig te gaan wonen. Ook beschikte zij niet over de vereiste huisvestingsvergunning.
Deze uitspraken laten zien dat jarenlang samenwonen op zichzelf niet voldoende is om een huurovereenkomst voort te zetten. De rechter kijkt naar alle omstandigheden: hoe was het gezamenlijke huishouden ingericht en was het de bedoeling om ook in de toekomst samen te blijven wonen? Het is daarom belangrijk dat de achterblijvende bewoner dit met concrete feiten kan onderbouwen.
Wat kunt u doen?
Kom op tijd in actie en verzamel bewijs van uw gezamenlijke huishouding, zoals:
- bankafschriften waaruit blijkt dat u bijdroeg aan huur, boodschappen of vaste lasten;
- uw inschrijving op het adres in de Basisregistratie Personen (BRP);
- verklaringen van familie, buren of vrienden over uw samenleven;
- stukken waaruit blijkt dat u voor elkaar zorgde, bijvoorbeeld als mantelzorger.
Woont u nu al samen met de huurder? Overweeg dan om medehuurderschap aan te vragen op grond van artikel 7:267 BW. Zo voorkomt u discussie na een overlijden.
Conclusie
Het overlijden van een huurder betekent niet automatisch het einde van de huurovereenkomst. Echtgenoten en geregistreerde partners zetten de huur in de regel voort. Andere samenwoners moeten aantonen dat zij een duurzame gemeenschappelijke huishouding voerden. Jarenlang samenwonen alleen is daarvoor niet genoeg. Wacht daarom niet af: na zes maanden is het te laat.
Wilt u weten of u de huurovereenkomst kunt voortzetten? Wij helpen u graag verder. Stel uw vraag aan Femke Alberts. U bereikt Femke via telefoon (013 542 0400) of via e-mail: f.alberts@linssen-advocaten.nl.
Algemene voorwaarden: wanneer zijn ze van toepassing?
Wet Vaste Huurcontracten: een herinnering, maar tevens een waarschuwing voor de verhuurders!
Herroepingsrecht en misbruik: belangrijke uitspraak van het Hof van Justitie EU
Op zoek naar meer informatie omtrent dit onderwerp? Lees alle publicaties.
Andere actualiteiten
Neem vrijblijvend contact op met onze specialisten
Of je nu een bedrijf runt of een particulier bent, wij bieden persoonlijk juridisch advies op maat, afgestemd op jouw behoeften
