Door Lenie Verhoeven
Wat als een partij de tijdens een rechtszaak getroffen schikking niet nakomt?
In diverse civiele gerechtelijke procedures wordt ter zitting een schikking, oftewel een regeling, bereikt. Deze schikking wordt dan door de rechter vastgelegd in een proces-verbaal en door beide partijen ondertekend. Bij procespartijen en hun advocaten heerst regelmatig de indruk dat dit proces-verbaal – net als een vonnis – op grond van de wet (artikel 89 lid 1 Rv) een executoriale titel oplevert.
Als sprake is van een executoriale titel dan kan de deurwaarder overgaan tot het leggen van beslag, indien een van de partijen niet nakomt. Als de gemaakte afspraken in een schikking dus niet worden nagekomen, bestaat de veronderstelling dat de andere partij direct kan overgaan tot het leggen van beslag. Met een recente uitspraak van de Hoge Raad werd echter duidelijk dat dit niet altijd mogelijk is.
Executoriale titel
In de aan de Hoge Raad voorgelegde kwestie was tijdens een mondelinge behandeling een schikking bereikt. Partijen spraken onder meer met elkaar af dat bepaalde informatie geheim was en indien deze informatie toch met derden werd gedeeld een boete van € 100.000,- betaald zou moeten worden door de overtredende partij. Een van de partijen neemt later het standpunt in dat vertrouwelijke informatie door de andere partij is gedeeld en maakt aanspraak op de boete. Deze partij wil beslag leggen op het vermogen van de volgens hem overtredende partij om de boete te incasseren. In de procedure bij de Hoge Raad stond de vraag centraal of hiervoor kon worden volstaan met het proces-verbaal waarin de schikking was vastgelegd, dan wel een nieuwe procedure moest worden opgestart.
Bij de vraag of een proces-verbaal van schikking een executoriale titel oplevert moet dezelfde maatstaf worden gehanteerd als de maatstaf die geldt bij de beoordeling van authentieke akten. Een authentieke akte is een officieel document, opgesteld en gewaarmerkt door een bevoegd openbaar ambtenaar zoals een notariële akte. Een executoriale titel die niet in een rechterlijke uitspraak maar in een ander stuk is opgenomen geeft de schuldeiser evengoed de bevoegdheid geeft om, zonder voorafgaande rechterlijke tussenkomst, de vermelde aanspraak met dwangmiddelen ten uitvoer te leggen op het vermogen van zijn schuldenaar. Deze bevoegdheden kan de schuldeiser tegen de wil van de schuldenaar uitoefenen en zijn dus verstrekkend en met een ingrijpend karakter. Gelet hierop wordt voor dit soort titels de voorwaarde gesteld dat de vordering in de executoriale titel met voldoende bepaaldheid moet zijn omschreven. Daarvan is geen sprake als het ontstaan van de vordering afhankelijk is van bij de opstelling van het stuk onzekere, toekomstige gebeurtenissen.
Gevolgen
In de aan de Hoge Raad voorgelegde kwestie was in het proces-verbaal niet geregeld op welke wijze vastgesteld moest worden of het geheimhoudingsbeding was overtreden en of een boete verschuldigd was. Het verschuldigde bedrag aan verbeurde boetes was daardoor niet objectief bepaalbaar. Het gevolg hiervan was dat het proces-verbaal van schikking op dit punt geen executoriale titel opleverde voor de gevorderde boetes. Hierdoor moest de schuldeiser een nieuwe procedure opstarten en kon hij niet simpelweg op basis van het proces-verbaal van schikking beslag laten leggen.
Conclusie
Bij het treffen van een schikking is het van belang om goed stil te staan bij de wijze waarop de schikking wordt vastgelegd in een proces-verbaal. Linssen cs Advocaten kan u daarbij behulpzaam zijn. Neem contact op met onze advocaat Lenie Verhoeven. Zij is bereikbaar via l.verhoeven@linssen-advocaten.nl of op 013 542 0400.
Opvallende beslissing in de zaak NAC versus de KNVB
Het verval van rechten
Verjaring van rechtsvorderingen
Op zoek naar meer informatie omtrent dit onderwerp? Lees alle publicaties.
Andere actualiteiten
Neem vrijblijvend contact op met onze specialisten
Of je nu een bedrijf runt of een particulier bent, wij bieden persoonlijk juridisch advies op maat, afgestemd op jouw behoeften