Door Willem Remie
Het zwaard van Damocles, woningsluiting door de burgemeester
Het hoogste algemene bestuursrechtelijke rechtscollege in Nederland komt eens in de zoveel tijd met een zogenaamde overzichtsuitspraak. Met een dergelijke uitspraak geeft de Afdeling een overzicht van de bestaande rechtspraak over een bepaald onderwerp en de manier waarop zij zaken over dat onderwerp toetst. Vaak is de inhoud van de uitspraak breder dan de specifieke zaak die voorligt. Dit helpt de rechtspraktijk en burgers om beter te begrijpen hoe de Afdeling een onderwerp beoordeelt. Op 16 juli 2025 heeft de Afdeling zo een uitspraak gedaan met betrekking tot de woningsluiting ex artikel 13b van de Opiumwet.
Woningsluiting op grond van de Opiumwet
Jaarlijks worden veel panden op last van de burgemeester gesloten. Op grond van artikel 13b van de Opiumwet heeft de burgemeester de bevoegdheid om na een drugsvondst een pand voor een bepaalde periode te sluiten. Het is een zogenaamde discretionaire bevoegdheid waarbij de burgemeester in de eerste plaats zelf de afweging kan maken om over te gaan tot sluiting en voor welke periode. Binnen een gemeente zal over het algemeen beleid zijn opgesteld over hoe de burgemeester om kan gaan met deze bevoegdheid. Dit beleid staat bekend als het Damocles-beleid.
Hoewel een woningsluiting natuurlijk een inbreuk is op een fundamenteel recht, het huisrecht en recht op privéleven, en daarmee een ingrijpende maatregel is, wil dit niet zeggen dat dat besluit per definitie onevenredig is met het oog op het met het besluit gediende doel. Dat doel is natuurlijk in de basis het tegengaan van drugscriminaliteit en een sluiting dient ter bescherming van het woon- en leefklimaat bij de woning en het herstel van de openbare orde. In een verder verleden leidde deze maatregel met regelmaat daadwerkelijk tot ingrijpende gevolgen. Indien een woning gesloten wordt, kan het immers zo zijn dat een gezin en dus ook kinderen op straat komen te staan. De rechtspraak heeft niet stil gestaan en gezien het belang van het onderwerp is dit niet de eerste overzichtsuitspraak over de toepassing van de maatregel.
Evenredigheidsbeginsel
Sinds 2022 geldt er een nieuwe lijn ten aanzien van de toetsing aan het evenredigheidsbeginsel en de vraag of en hoe intensief een rechter de evenredigheid van een overheidsbesluit toetst. Zonder heel uitgebreid in te gaan op de juridische argumentatie, dat voert hier te ver, wordt in deze nieuwe overzichtsuitspraak de rechtspraak over de toepassing van het evenredigheidsbeginsel bij woningsluiting op grond van de Opiumwet op enkele onderdelen aangescherpt. Ik signaleer hier een aantal aspecten in het bijzonder.
In de overzichtsuitspraak bevestigt de Afdeling dat de bestuursrechter besluiten op grond van artikel 13 van de Opiumwet normaal gesproken indringend zal toetsen. Dit is gelet op de forse inbreuk die een woningsluiting kan maken op grondrechten van de bewoners ook logisch. De burgemeester moet bij de toepassing van de bevoegdheid en het beleid steeds per concreet geval beoordelen of de maatregel voldoet aan het evenredigheidsbeginsel. Natuurlijk moet de burgemeester dit ook motiveren.
Onder meer het tijdsverloop kan het gevolg hebben dat het sluiten van een woning niet meer zal bijdragen aan het bereiken van de doelen die met de sluiting worden gediend. Door tijdsverloop is mogelijk de situatie ontstaan dat de onrechtmatige situatie al is hersteld en de gevolgen al ongedaan zijn gemaakt. Dit betekent overigens niet dat een aantal maanden een te lange periode is. Ook hier gelden specifieke omstandigheden een rol. De zwaarte van de geconstateerde feiten en gebeurtenissen in die maanden spelen daarbij bijvoorbeeld een rol. Als vastgesteld is dat met de maatregel het doel nog kan worden bereikt (geschiktheid) moet hij de noodzaak van de sluiting beoordelen (noodzaak). Dan moet hij beoordelen of hij ook met een minder ingrijpend middel kan volstaan. Tenslotte moet dan beoordeeld worden of de maatregel evenwichtig is. Met name bij die toets komt de situatie van de bewoners in beeld en de belangen. Het feit in geval van een huurwoning na sluiting vaak het huurcontract wordt ontbonden is bijvoorbeeld ook een omstandigheid waar de burgemeester in ieder geval rekening mee moet houden.
In de overzichtsuitspraak was de conclusie uiteindelijk dat sluiting in dit geval onevenwichtig was. Hoewel er een groot belang voor de burgemeester was om de woning te sluiten waren de nadelige gevolgen voor de bewoonster onevenredig ten opzichte van het belang van sluiting. De bewoonster was zwanger en daarmee bestond een bijzondere binding met de woning. Er waren geen concrete aanknopingspunten voor eigen betrokkenheid van de bewoonster bij de criminele activiteiten. Aan de zwangerschap en de impact van de sluiting van de woning in dit geval kwam volgens de afdeling een zwaarder gewicht toe dan aan het belang van sluiting.
Wordt u geconfronteerd met een handhavingsbeslissing van de burgemeester of een andere overheidsinstantie?
Neem dan contact op met Willem Remie via w.remie@linssen-advocaten.nl of bel naar 013 542 0400.
De overtreding van mijn buurman vastleggen voor de handhaving heeft dat zin?
CBb straft late bewijsvoering van de minister af
Wat is heling? Hoe herkent u het en wanneer kunt u het vermoeden?
Op zoek naar meer informatie omtrent dit onderwerp? Lees alle publicaties.
Andere actualiteiten
Neem vrijblijvend contact op met onze specialisten
Of je nu een bedrijf runt of een particulier bent, wij bieden persoonlijk juridisch advies op maat, afgestemd op jouw behoeften