Door Femke Alberts
Het verval van rechten
In mijn blogpost van 31 december 2025 schreef ik al over de verjaring van rechtsvorderingen. In deze blog ga ik nader in op de zogeheten contractuele vervaltermijnen. Hoewel verjaring en verval in de praktijk soms door elkaar worden gehaald, verschillen deze rechtsfiguren wezenlijk van elkaar.
Wanneer is er sprake van verval?
In tegenstelling tot een verjaarde vordering, waarbij de onderliggende verbintenis wel blijft bestaan maar niet langer voor de rechter afdwingbaar is, gaat een vordering bij het verstrijken van een vervaltermijn volledig teniet. Dat betekent dat zowel het vorderingsrecht als de verbintenis zelf (het recht) niet langer bestaan. Als gevolg kunt u zich in het geheel niet meer op het recht beroepen. Het recht als zodanig is definitief ‘verloren’.
De ratio
Net als verjaringstermijnen dienen vervaltermijnen de rechtszekerheid. Het is voor partijen van belang dat zij op enig moment weten waar zij juridisch gezien aan toe zijn. Bovendien bieden de vervaltermijnen een stimulans om rechten tijdig te gelde te maken.
Verjaring vs. verval
Geen mogelijkheid tot stuiting
Anders dan bij de verjaring van rechtsvorderingen, is het bij een vervaltermijn niet mogelijk om deze te stuiten, tenzij partijen bij wijze van uitzondering contractueel iets anders zijn overeengekomen. Stuiting van verjaring betekent dat de lopende verjaring wordt afgebroken en dat er een nieuwe termijn gaat lopen. Doordat vervaltermijnen doorgaans niet gestuit kunnen worden, is het dus van belang om vorderingen tijdig, binnen de vervaltermijn, aan de rechter voor te leggen.
Ambtshalve toetsing door de rechter
Bij verjaring geldt dat de rechter hierop slechts acht slaat indien een partij zich uitdrukkelijk op de verjaring beroept. Bij verval van recht ligt dit anders. De rechter dient ambtshalve te toetsen of sprake is van een wettelijke vervaltermijn en of deze is verstreken. Ook zonder een beroep van de wederpartij daarop, zal de rechter dus vast moeten stellen of het recht door verval teniet is gegaan.
Voor contractuele vervaltermijnen geldt deze ambtshalve toetsing niet. De rechter toetst een contractueel vervalbeding slechts indien een partij zich daar in de procedure op beroept, met dien verstande dat in consumentenverhoudingen wel ambtshalve wordt getoetst of een dergelijk beding onredelijk bezwarend is.
Contractuele vervaltermijnen
Vervaltermijnen komen in de praktijk vooral voort uit contractuele afspraken tussen partijen. Slechts in uitzonderlijke gevallen voorziet het Burgerlijk Wetboek in wettelijke vervaltermijnen. Zie daartoe bijvoorbeeld deze uitspraak. In beginsel staat het partijen dan ook vrij om contractueel vervaltermijnen overeen te komen, waarbij wel geldt dat wettelijke verval- en verjaringstermijnen niet bij overeenkomst kunnen worden verlengd. Verkorting is onder omstandigheden wel mogelijk, mits dit niet in strijd is met dwingend recht, de redelijkheid en billijkheid of – in consumentenverhoudingen – het regime inzake oneerlijke bedingen.
Bouwrecht
Met name in het bouwrecht is het gebruikelijk om in de algemene voorwaarden (AVA/UAV) vervaltermijnen overeen te komen, die in sommige gevallen korter zijn dan de wettelijke verval- en verjaringstermijnen. Zo kent de UAV een vervaltermijn van vijf respectievelijk tien jaar (bij ernstige gebreken) na oplevering van het werk voor het instellen van vorderingen wegens gebreken (zoals schadevergoeding). Deze korte termijnen wijken daarmee af van het reguliere wettelijke kader, waarin voor dergelijke vorderingen in beginsel een verjaringstermijn van twintig jaar geldt (art. 3:306 jo. art. 7:761 lid 2 BW). In beginsel is een dergelijke verkorting toegestaan, mits de vervaltermijn niet onredelijk kort.
In dit licht is de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van eind 2024 van belang. In deze zaak oordeelde het hof namelijk dat het vervalbeding in de AVA 2013, dat een consument verplicht om binnen een relatief korte termijn te dagvaarden om aanspraak te behouden op herstel of schadevergoeding, onredelijk bezwarend is. Het beding wijkt volgens het hof op een voor de consument nadelige wijze af van de wettelijke systematiek, zonder daarvoor een redelijk alternatief te bieden. Dat is niet toegestaan. Met dit oordeel zette het gerechtshof een streep door een veelgebruikt beding in de bouwpraktijk bij aannemingsovereenkomsten met consumenten. Het gevolg was dat de rechter het geschil inhoudelijk moest beoordelen aan de hand van het reguliere wettelijke kader. Voor een nadere bespreking van deze uitspraak verwijs ik graag naar het artikel van mijn kantoorgenoot mw. mr. S. Strauven.
B2B-relaties
Ook in B2B-verhoudingen kunnen contractueel vervalbedingen rechtsgeldig worden overeengekomen en strikt worden toegepast. Gelet op de contractsvrijheid van partijen zal een rechter zich niet snel in dergelijke afspraken mengen, tenzij het vervalbeding naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Anders dan in consumentenrelaties wordt een contractueel vervalbeding niet ambtshalve getoetst, zodat een partij zich daar uitdrukkelijk op moet beroepen.
Als gevolg van hun strikte werking vormen vervalbedingen in zakelijke contracten een krachtig juridisch instrument, waarvan de toepassing aanzienlijke gevolgen kan hebben voor de rechtspositie van partijen.
Conclusie
Net als bij verjaring zijn de gevolgen van het verval van rechten groot. Zo mogelijk zelfs groter. Door tijdig advies in te winnen en de juiste maatregelen te nemen voorkomt u dat u uw rechten verspeelt. Linssen cs Advocaten helpt u hier graag mee verder. Stel uw vraag aan Femke Alberts. U bereikt Femke via telefoon 013 542 0400 of via e-mail: [email protected].
Wat als een partij de tijdens een rechtszaak getroffen schikking niet nakomt?
Verjaring van rechtsvorderingen
Energiewet
Op zoek naar meer informatie omtrent dit onderwerp? Lees alle publicaties.
Andere actualiteiten
Neem vrijblijvend contact op met onze specialisten
Of je nu een bedrijf runt of een particulier bent, wij bieden persoonlijk juridisch advies op maat, afgestemd op jouw behoeften