Spring naar content
Row concave Shape Decorative svg added to top
Vergunningen en Omgeving
Door Esther Wijnen
Gepubliceerd op:

Procedures over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen stapelen zich op

Discussies over het gebruik en de effecten van gewasbeschermingsmiddelen zijn aan de orde van de dag. Deze discussies verschuiven zich al een tijd naar juridische procedures tegen telers. Bezorgde omwonenden en natuur- en milieuverenigingen proberen op allerlei manieren het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan banden te leggen. Dit leidt tot steeds meer juridische procedures. Recent zijn nieuwe bestuursrechtelijke routes geprobeerd. Ik vertel u hier meer over in dit artikel.

De feitelijke discussie 

Omwonenden en natuur- en milieuorganisaties stellen zich op het standpunt dat met name in de lelieteelt sprake is van gebruik van bestrijdingsmiddelen in zware en grote hoeveelheden. Naar hun oordeel leidt dat tot een onaanvaardbaar risico voor mens, dier en milieu. Telers stellen daar vaak meerdere argumenten tegenover, waaronder dat de toegepaste middelen zijn toegelaten op de Nederlandse markt na onderzoek door de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) en toelating door het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb).

Omwonenden en natuur- en milieuorganisaties proberen op verschillende manieren telers te verbieden gewasbeschermingsmiddelen te gebruiken. Onlangs is dit op verschillende bestuursrechtelijke manieren gebeurd.

Oordeel van de rechtbank Limburg 2 juli 2025

Op 2 juli 2025 heeft de Voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg uitspraak gedaan in een kwestie tussen Stichting Natuurlijk Platform uit Weert tegen de gemeente Weert. 

De stichting heeft bij de gemeente een aantal verzoeken ingediend vanwege de (aankomende) teelt van lelies op een aantal locaties in de gemeente Weert. De Stichting heeft verzocht om handhavend op te treden tegen de lelieteler(s) door hen op te dragen niet aan te vangen met het gebruik van bestrijdingsmiddelen. De stichting stelt dat de gemeente die bevoegdheid heeft op grond van de specifieke zorgplicht die is opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving en op grond van de algemene zorgplicht uit de Omgevingswet. Ook wil de stichting dat er maatwerkvoorschriften aan de telers worden opgelegd.

De gemeente heeft de verzoeken van de stichting afgewezen, omdat er geen sprake is van een overtreding. De gebruikte middelen zijn toegelaten door het Ctgb en de telers hebben een omgevingsvergunning voor de activiteiten die zij uitvoeren. Er wordt naar het oordeel van de gemeente niet gehandeld in strijd met de algemene en specifieke zorgplicht.

 

Zorgplichten 

De stichting probeert op grond van de zorgplichten uit de Omgevingswet en het Besluit activiteiten leefomgeving (hierna: Bal) een verbod af te dwingen. De gemeente moet op naleving toezien en is dus bevoegd gezag.

De zorgplicht uit het Bal houdt in dat iemand die een activiteit verricht die kan vermoeden dat die activiteit nadelige gevolgen kan hebben voor bijvoorbeeld de gezondheid en het milieu verplicht is om maatregelen te treffen, gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken en als gevolgen niet voldoende kunnen worden beperkt, de activiteit achterwege te laten.

De Voorzieningenrechter komt tot het oordeel dat de zorgplicht van artikel 2.11 Bal van toepassing is, omdat ongebreideld gebruik van gewasbeschermingsmiddelen gevolgen kan hebben voor mens en milieu.

Onder verwijzing naar de parlementaire geschiedenis, en in aansluiting op de rechtspraak over artikel 2.1 Activiteitenbesluit milieubeheer (oud), oordeelt de Voorzieningenrechter dat alleen sprake is van overtreding en handhaafbaarheid van de zorgplicht als evident in strijd met de zorgplicht wordt gehandeld. Voor handhavend optreden moet dus sprake zijn van een onmiskenbaar in strijd handelen. Directe handhaving kan alleen bij evidente overtredingen.

In het geval van de lelieteelt is het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan specifieke voorschriften verbonden, namelijk de gebruiksvoorschriften die het Ctgb heeft vastgesteld en de algemene regels uit paragraaf 4.64 van het Bal. De Voorzieningenrechter oordeelt opvolgend:

“De voorzieningenrechter begrijpt dat er aanwijzingen zijn voor een verband tussen het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen en het voorkomen van bepaalde ziektes en aandoeningen. De voorzieningenrechter is echter met verweerder van oordeel dat daarmee nog niet is gegeven dat onmiskenbaar sprake is van een overtreding van de specifieke zorgplicht door de lelietelers enkel en alleen door het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, ook als dat in overeenstemming is met de gebruiksvoorschriften en paragraaf 4.64 van het Bal. Gelet hierop is de voorzieningenrechter van oordeel dat er geen sprake is van een evidente overtreding van artikel 2.11 van het Bal die het rechtvaardigt dat er een voorlopige voorziening wordt getroffen in afwachting van de beslissing op het bezwaar van verzoekster.” 

 

Geen overtreding, geen handhaving 

Er is dus geen sprake van een overtreding van de zorgplicht van artikel 2.11 van het Bal. De lelietelers mogen gebruikmaken van de gewasbeschermingsmiddelen en de gemeente heeft terecht niet handhavend opgetreden. Voor het opleggen van maatwerkvoorschriften bestaat ook geen enkele grondslag. 

Oordeel van de rechtbank Noord-Nederland 30 juli 2025

Op 30 juli 2025 heeft de Voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Nederland uitspraak gedaan in een handhavingskwestie. Aan een lelieteler was een last onder dwangsom opgelegd vanwege strijd met het Omgevingsplan. Achtergrond van de handhavingsactie is een verzoek daartoe van de Vereniging Meten=Weten.

Het komt er – kort gezegd – op neer dat de gemeente van oordeel is dat er sprake is van strijd met het Omgevingsplan, omdat op gronden met een agrarische bestemming geen sierteelt is toegestaan. In de planregels was het gebruik ten behoeve van sierteelt uitgezonderd. Het geval wilde echter dat de teler enkel de bollen vermeerdert en veredelt. De teler plant de leliebollen in de grond, zorg voor vermeerdering en veredeling en levert opvolgend bollen aan derden die de bollen elders verder opkweken en de lelies laten groeien tot volwaardige bloemen. Ofwel, de teler vond dat geen sprake was van sierteelt, omdat hij bollen kweekt.

De rechtbank gaat niet mee in de gedachtegang van de teler. Een zeer tekstuele interpretatie wordt toegepast en de rechtbank volgt de gemeente. De conclusie luidt:

“De voorzieningenrechter volgt het betoog van het college en derde-partij dat het gebruik van de gronden ‘ten behoeve van’ de sierteelt plaatsvindt, zoals is bepaald in artikel 3.5, onder c, van de planregels, ook al gebeurt het opkweken van de bloem zelf op een andere plek. De voorzieningenrechter overweegt hiertoe dat tot dat moment (het kweken van de bloem zelf) in de betreffende gronden siergewassen worden geteeld. Dit betekent dat de activiteiten van verzoekster onderdeel uitmaken van het proces tot het opkweken van de bollen en kunnen worden aangemerkt als het gebruik van gronden ten behoeve van de sierteelt. Het betoog van verzoekster slaagt niet.”

De last onder dwangsom blijft in stand. De teler zal moeten stoppen met de teelt op de betreffende locaties.

Weliswaar is het een specifieke discussie, maar wel een die voortkomt uit een verzoek van een vereniging met als doelstelling het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen c.q. teelten waarbij dergelijke middelen worden gebruikt aan banden te leggen. En in dit geval dus met succes.

 

Oordeel van de rechtbank Oost-Brabant 1 augustus 2025

Op 1 augustus 2025 heeft de rechtbank Oost-Brabant uitspraak gedaan in een handhavingskwestie. Een vereniging had de provincie Noord-Brabant verzocht om handhavend op te treden tegen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen in de provincie Noord-Brabant waarin bepaalde, door de vereniging genoemde werkzame stoffen, voorkomen. En dat verzoek was bijzonder breed geformuleerd. De betreffende vereniging wilde aanvankelijk dat de provincie tegen elk gebruik in de hele provincie van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen zou optreden.

De provincie Noord-Brabant vond dat verzoek veel te ruim en vroeg om specificatie. Opvolgend heeft de vereniging negen willekeurig gekozen landbouwpercelen opgegeven waarop met grote waarschijnlijkheid bestrijdingsmiddelen zouden worden toegepast.

De provincie Noord-Brabant heeft het handhavingsverzoek afgewezen en daar is de vereniging het niet mee eens.

De vereniging is van mening dat de provincie handelt in strijd met artikel 6 lid 2 Habitatrichtlijn. Het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen zou leiden tot verslechtering van natuurgebieden en dus moet de provincie optreden. De enige passende maatregel is naar het oordeel van de vereniging het opleggen van een verbod op het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen.

De rechtbank oordeelt:

“Het algemeen gestelde verzoek van eiseres om handhavend op te treden tegen het gebruik van bepaalde gewasbeschermingsmiddelen in de provincie Noord-Brabant wegens strijd met artikel 6, tweede lid, van de Habitatrichtlijn is naar het oordeel van de rechtbank te onbepaald en is dus geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb. De reactie van het college op dit algemene verzoek kan reeds daarom niet leiden tot vernietiging van het bestreden besluit.”

De rechtbank vindt het handhavingsverzoek dus te algemeen en te onbepaald. De provincie heeft het verzoek terecht afgewezen.

Een algeheel verbod op het gebruik van (bepaalde) gewasbeschermingsmiddelen in de provincie Noord-Brabant zou ook bijzonder ver gaan. De rechtbank wijst er echter nog wel op dat de vereniging zich tot de civiele rechter kan wenden.

Waar gaat het heen?

Partijen zoeken steeds naar nieuwe mogelijkheden om het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen aan banden te leggen. Bestuursrechtelijk over de boeg van de zorgplichten, het Omgevingsplan en de Habitatrichtlijn, maar ook civielrechtelijk zijn er inmiddels de nodige voorbeelden waarbij de inzet van omwonenden en/of natuur- en milieuorganisaties is om telers te dwingen het gebruik van de middelen te beëindigen.

Op dit moment heerst onzekerheid, zowel voor telers als voor andere betrokkenen. Telers gebruiken goedgekeurde middelen, maar dat biedt vandaag de dag niet meer de gewenste zekerheid.

Meer uitspraken van rechters zullen volgen. Dit betekent dat de politiek en de wetgever aan zet moeten komen. In dat kader als signalering verwijs ik naar het advies van de Afdeling Advisering van de Raad van State van 13 augustus 2025 over het ontwerpbesluit over alternatieven voor chemische gewasbeschermingsmiddelen.

De ontwikkelingen staan niet stil. Wij blijven de ontwikkelingen volgen!

Meer weten over het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de juridische complicaties?

Linssen cs Advocaten helpt u graag bij vragen over gedoogplichten. Neem contact op met Esther Wijnen via 013-5420400 of stuur een e-mail naar [email protected].

Vergelijkbare publicaties:
24 maart 2026

Er is een voorkeursrecht gevestigd op uw perceel, wat nu?

Grond is schaars in ons kikkerlandje. Ook de overheid heeft een steeds grotere behoefte aan...
Lees Publicatie
10 maart 2026

Wijzigingen van ondergeschikte aard bij een omgevingsvergunning

Het komt regelmatig voor dat een omgevingsvergunning is aangevraagd voor een bouwproject waarbij na de...
Lees Publicatie
3 maart 2026

De vergewisplicht bij ruimtelijke besluiten

Op 18 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat...
Lees Publicatie
Alle publicaties

Op zoek naar meer informatie omtrent dit onderwerp? Lees alle publicaties.

Andere actualiteiten

Neem vrijblijvend contact op met onze specialisten

Of je nu een bedrijf runt of een particulier bent, wij bieden persoonlijk juridisch advies op maat, afgestemd op jouw behoeften